Het is donker om me heen, een troosteloze buurt,
waar iedereen hetzelfde soort flatje huurt.
Alle mensen zijn zwart en begeven zich op straat,
voel me een vreemdeling, een wit stipje op een zwarte kaart.
Mijn geest wordt verdoofd door de ijzige kou,
handen aan het stuur, zonder bestemming, tussen de hoogbouw.
Overal afval in de straten, gehavende fietsen langs de kant,
allemaal vreemde mensen, ik voel me verloren in niemandsland.
Eindelijk ergens naar binnen in een buurthuis uit enige culinaire interesse,
ooit hier eens goed gegeten tegen zessen.
De vriendelijke amateur kok maakte toen speciaal voor mij een smakelijk gerecht,
op een of andere manier raakte ik daardoor enigszins aan deze plek gehecht.
Nu, bij binnenkomst, voel ik mij, min of meer, een figurant aan de kant,
geen deel uitmakend van al die mensen die krioelen door dit pand.
Van achter de coulissen staar ik ze wat apathisch aan,
wat doe ik hier toch in vredesnaam?
Snel naar buiten stap ik weer op mijn fiets,
en verdwijn even later vanuit het niets.
Stevig trappend op mijn pedalen, alsof ik mijn geestelijk welzijn weer terug wil halen,
ik kom weer tot mezelf, ik ben eindelijk weer thuis,
weg is het gevoel van de kat in een vreemd pakhuis.
Martin de Baat

Geef een reactie